

Direct
bij de bevruchting wordt het geslacht van een kind bepaald door de verdeling
van de geslachtschromosomen. Een meisje heeft twee X-chromosomen (XX) een
jongetje een X- en een Y-chromosoom (XY). Sommige jongetjes krijgen door een
abnormale deling tijdens de zwangerschap een mannelijk chromosoom teveel.
Zij hebben dan 2 in plaats van 1 Y-chromosoom in iedere cel van het lichaam
(XYY).
Tot op heden is er nog geen duidelijke oorzaak aan te geven voor deze
chromosoomafwijking.
XYY komt volgens onderzoek bij ongeveer 1 op de 1000 mannen voor. De meeste
mannen / jongens met XYY weten echter niet dat ze een chromosoomafwijking
hebben. Er is noch bij de geboorte, noch in het opgroeien een uiterlijk lichamelijk
kenmerk te vinden dat duidt op XYY.
In de gevallen dat XYY wordt onderkend is dat dan ook vaak bij onderzoek voor
de
geboorte, zoals bijvoorbeeld een vruchtwaterpuncte.

Met vrij grote zekerheid is
te zeggen dat jongens met XYY in het begin van de
basisschoolleeftijd een groeispurt doormaken en dat ze gemiddeld zeven centimeter
langer zullen worden dan statistisch te verwachten is.
De lichaamsbouw is normaal evenals de (lichamelijke) sexuele ontwikkeling
en de vruchtbaarheid.
Jongens met XYY zijn vaak lichamelijk actiever dan hun broertjes. Daarnaast
kunnen ze last hebben van driftbuien en impulsiviteit. Ook kunnen ze soms
lichamelijk wat onhandiger zijn.
XYY-jongens beschikken over een normale intelligentie (zij het gemiddeld iets
lager dan bij broertjes en zusjes), maar hebben een vergrote kans op leer-en
schoolproblemen.
Er kan sprake zijn van sterke acne-vorming vanaf de puberteit.